www.ecclesiadei.nl
Introibo ad Altare Dei
Hoofdpagina | Tridentijnse Liturgie | Documenten | Bedevaarten | Links | Contact 
 www.ecclesiadei.nl / documenten / DOSSIER: Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P. / Is Allah ook de God der Christenen?

Is Allah ook de God der Christenen?

Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P.
Uit: Katholiek Maandblad - 2e JAARGANG - No. 5 - MEI 1990

Er wonen in ons land heel wat Moslims, naar de naam van de stichter van hun godsdienst ook Mohammedanen genoemd. Ze bouwen bij ons hun moskeeŽn en nemen zelfs christelijke kerken over, als ze kunnen, om er moskeeŽn van te maken. Aan de bouw hiervan wordt niet zelden door Christenen meegewerkt, zelfs financieel bijgedragen. Bij de opening van een nieuw moslims gebedshuis kan men Christenen aantreffen, zelfs officiŽle vertegenwoordigers van Kerken. Zo wil het de huidige verdraagzaamheid en het respect voor de godsdiensten van anderen. Een bijkomend motief is zeker ook, dat men van mening is dat Allah, de God die de Moslims vereren als de enige God, naast wie er geen andere is, de schepper van hemel en aarde, die levenden en doden zal komen oordelen, dezelfde is als de God van Christenen en Joden.

In tegenstelling tot de laatste mening hoort en leest men vaak dat Allah met de God van de Christenen niet kan vereenzelvigd worden en een Christen hem dus niet mag aanbidden of op ťťn lijn stellen met onze God. Wat hiervan te denken?

Mohammed (in het Arabisch Muhammad; de Fransen spreken van Mahomet) is rond 570 te Mekka in Midden ArabiŽ geboren. In 612 dacht hij openbaringen van God te ontvangen door bemiddeling van de aartsengel GabriŽl, in 622 verliet hij de stad om naar het noordelijk gelegen Medinah (aldus de tegenwoordige naam) te trekken, waar hij in 632 is gestorven en begraven. In zijn tijd vereerden de inwoners van Mekka verschillende goden, hoewel het er maar enkele waren. Mohammed heeft dit veelgodendom met succes bestreden en de voornaamste God, Allah genaamd, tot enige God verheven naast wie er geen andere is.

Te Mekka woonden ook Joden ťn mogelijk enkele Christenen, die men op verschillende plaatsen in ArabiŽ vond. Hele stammen waren tot het Christendom overgegaan en hadden priesters en bisschoppen. Mohammed heeft enige tijd verwacht dat de Joden zich wel tot zijn nieuwe godsdienst, de Islam (spreek uit: Islaam), zouden bekeren en hij en zijn volgelingen hebben zelfs een tijdlang in de richting van Jerusalem gebeden. Men neemt zelfs aan dat hij op zijn paard Boeraaq een nachtelijke reis heen en weer naar Jerusalem heeft gemaakt en daar heeft gebeden bij de heilige rots op het oude tempelplein. Om deze reden is Jerusalem voor de moslims een der drie heiligste plaatsen ter wereld en komt in rangorde na Mekka en Medina. Dit geloof geeft een bijzonder karakter aan het huidige Arabisch-Joodse conflict.

De Profeet van Mekka heeft in zijn God Allah ook de God der Joden gezien, die van het Oude Testament. Hij aanvaardde zelfs dat deze zich al aan Abraham heeft geopenbaard en door Mozes aan de Joden hun heilig boek, de Wet (door Mohammed tawrat = torah genoemd) heeft gegeven. Aan de Christenen gaf Hij het evangelie (iendzjiel); Mozes en Jesus waren voor hem profeten. Hij voegde er aan toe dat Joden en Christenen (door hem "mensen van het Boek" genoemd) hun heilige boeken hebben verminkt. Aan Mohammed heeft Allah de meest volledige en definitieve openbaring uit de hemel doen "afdalen" (een technische, in de Koran veel gebruikte uitdrukking). Deze is opgetekend in de 114 hoofdstukken van de Koran en is deels ook mondeling doorgegeven (Hadieth).

In de Koran (qoer'Šan) staat veel dat door het Christendom niet wordt aanvaard. Heel in het bijzonder is de leer van de Heilige DrieŽenheid voor de Islam een ergernis en daarmee samenhangend wordt ook de leer van de verlossing door het Mensgeworden Woord des Vaders ontkend en fel bestreden. Men kan zeggen dat deze twee leerstellingen voor de Moslims de grootste steen des aanstoots zijn in het Christendom. Daarom worden de Christenen in de Koran gerekend tot de moesjrikien, d.w.z. zij die aan Allah een Hem gelijkwaardige Metgezel (sjariek) geven. Koran, Sure 17, 111: "En zeg: Lof aan Allah, die zich geen Zoon heeft genomen en die geen Metgezel heeft in het Koningschap". Niets is voor de Moslims zo absurd en afkeurenswaardig als de leer dat God een Zoon heeft. Er staan in de Koran wel enkele gunstige uitspraken over het Christendom, maar ook (latere) ongunstige, en dit is mogelijk door de leer, dat Allah sommige openbaringen later weer heeft opgeheven.

Allah is voor de Moslims niet alleen de Schepper, Heer en Bestuurder van hemel en aarde, maar ook de auteur van de Koran. Velen nemen zelfs aan dat deze van alle eeuwigheid bij Allah heeft bestaan als zijn (door hem geschapen) Woord. Daarom moet het beeld, dat de gelovige Moslim zich van Allah vormt, uit de Koran worden opgemaakt, en dit vertoont zeer grote en wezenlijke onderscheiden met dat van de gelovige Christen, met name van de katholieke Kerk. Van dit standpunt bezien kan en moet men zeggen, dat Allah van de Islam niet de God van het Christendom is. Men zou dit kunnen bestrijden wanneer het verschil slechts bijkomstige zaken betrof, nu betreft het een aantal wezenlijke.

Zeker, de Islam is evenals Jodendom en Christendom een monotheÔstische godsdienst. Maar dit houdt niet in dat de drie juist dezelfde God vereren. Wat het Jodendom betreft ligt het anders dan bij de Islam. In het Credo belijden wij ons geloof aan God qui locutus est per prophetas " die gesproken heeft door de profeten " , en wel die van het Oude Verbond. Daarin was de openbaring van de Heilige DrieŽenheid nog niet gedaan, maar wel was zij er voorbereid. Het Oude Testament sluit harmonisch aan op het Nieuwe en zo is de God van het Oude Testament ook de onze, die wij echter veel volmaakter hebben leren kennen.

Dit heeft praktische gevolgen. Als men hoort dat tegenwoordig scholen worden ingericht voor christelijke en mohammedaanse kinderen, "omdat in beide godsdiensten dezelfde God vereerd wordt", is dit fout. De mohammedaanse kinderen leren uitdrukkelijk fundamentele waarheden van het Christendom, en speciaal met betrekking tot onze God, te ontkennen en te bestrijden.

In het verleden hebben tal van mohammedaanse vorsten uit naam van de Islam Christenvolkeren en hun godsdienst zwaar bestreden. Waar zij eeuwen lang de macht hebben gehad, zoals in Turkije, het Midden Oosten, Noord Afrika, streken waar het Christendom bloeide, is het zo goed als uitgeroeid. En dit gebeurde niet zo maar, doch in de overtuiging dat Allah hiermee een dienst werd bewezen. Allah akbar! " Allah is de grootste" (letterlijk: groter -dan alle anderen) is nog altijd de strijdkreet van de Moslims als zij ook tegen de Christenen (en Joden) te velde trekken. Is met de Islam een "dialoog".mogelijk? Deze veronderstelt dat de deelnemers daaraan elkaar als gelijkwaardigen tegemoet treden, of minstens doen alsof. Geen van beide is tot op heden van de Islam (in het algemeen genomen, uitzonderingen daargelaten) te verwachten. De Moslim is diep overtuigd van de volkomen minderwaardigheid van het Christendom tegenover de aan Mohammed gedane openbaring. Daarom is samengaan van Moslims met Christenen op godsdienstig terrein doorgaans ook psychologisch onmogelijk. Een Moslim die zich Iaat dopen heeft volgens de Islam de doodstraf verdiend en wanneer hij in een mohammedaans land woont, doet hij het beste daaruit te verdwijnen. Kort na de oorlog heb ik in KaÔro een "katholieke moslim " ontmoet, hij was crypto-Katholiek, niemand mocht het weten, zeker zijn eigen familie niet. Door hem ben ik aan de Egyptische uitgave van de Koran (in het Arabisch) gekomen, die een mohammedaanse boekhandelaar aan mij, een "ongelovige", nooit zou hebben verkocht. Jaren geleden verbood een bisschop in Noord-Afrika aan zijn priesters Moslims te dopen, tenzij zij meteen uitweken naar Frankrijk of een ander christelijk land. Wijlen kardinaal Pignedoli heeft enkele jaren geleden, in zijn hoedanigheid van president van het Romeinse secretariaat (nu "Raad " geheten) voor de niet-Christenen, aan een aantal bisschoppen schriftelijk gevraagd wat zij o.a. dachten van een dialoog met de Moslims. De Libanees Mgr. Paul Bassim, vicaris-generaal voor de Latijnen in de Libanon, heeft later zijn antwoord laten publiceren in de Rheinischer Merkur. Daarin gaf hij als zijn mening te kennen dat sinds Vaticanum II een "dialoog" met de Moslims van de zijde der katholieke Kerk mogelijk is, maar niet van die der Moslims. Volgens de beginselen van de Koran, aldus Bassim, zijn Christenen in een mohammedaans land niet eens burgers van de 2de rang, maar minder dan dat. Tegen een hoofdelijke schatting moeten zij volgens de Koran worden geduld, "beschermd". In de loop der eeuwen werden zij in het publieke leven ook nog zeer discriminerend en vernederend behandeld. Ik ken Christenen uit SyriŽ die een christelijke naam tegen een Turkse hebben ingeruild, om niet in het openbaar als Christenen te boek te staan. Zelfs in een land als Egypte gaan nog steeds heel wat Christenen tot de Islam over, om niet meer gediscrimineerd te worden.

In een brief aan Der Fels van februari 1990, p. 63, schrijft een missionaris uit Nigeria, die zijn naam niet wil noemen: "Een dialoog tussen Christendom en Islam bestaat niet, tenminste niet met de Islam zoals minioenen mensen hem beleven: wij hebben daar niet met een boek te maken, maar met levende mensen, fanatiek, intolerant, bereid om te sterven om de Islam met alle middelen te verbreiden. Schrikwekkend en ondemocratisch zijn zij in hun eigen land, maar in de landen, waarheen zij gaan, eisen zij rechten en maken daar aanspraak op, de beroemde mensenrechten. De Islam heeft geen raakpunten met het Christendom, de Islam is de dood van het Christendom. Wie het tegendeel beweert, is nog niet buiten zijn huis geweest". Dit is een kreet van iemand uit de praktijk. Op "hoog niveau" spreekt de Moslim meestal een andere taal, maar huldigt doorgaans geen andere beginselen.

Het bovenstaande is geschreven om te wijzen op de krachten die in de Islam schuilen en die door volksmenners gemakkelijk actief kunnen worden gemaakt: Allah akbar! De omgang met individuele Moslims kan echter bijzonder sympathiek zijn; ik bewaar er goede herinneringen aan. Als individu treedt een mens meestal anders op dan als lid van een groep, sociaal.

Allah is niet onze God en zijn godsdienst niet de onze en ook geen aan de onze verwante, al heeft hij er dan elementen uit overgenomen. Waar de Islam in de minderheid is, zeker als dit een sterke minderheid is, is een zekere samenwerking met hem wel te proberen. Verder strekt het gebod van de naastenliefde zich ook uit tot ane Mohammedanen, ongeacht alls wat zij in het verleden Christenen hebben aangedaan. Dit gebod moet het richtsnoer zijn van ons handelen t.o. v. hen. Maar men moet ook de werkelijkheid kennen en zich aan geen illusies overgeven. Als schrikwekkend voorbeeld staat daar de oorlog in Libanon en wat in PerziŽ en Turkije (eind te wereldoorlog) gebeurd is en nog gebeurt.