www.ecclesiadei.nl
Introibo ad Altare Dei
Hoofdpagina | Tridentijnse Liturgie | Documenten | Bedevaarten | Links | Contact 
 www.ecclesiadei.nl / documenten / DOSSIER: Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P. / Kerk en Kerken

Kerk en Kerken

Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P.
Uit: Katholiek Maandblad - 1e JAARGANG - No. 9 - SEPTEMBER 1989

Een goede bekende uit G. vroeg mij of ik in dit blad wilde toelichten wat het meervoud van het woord "Kerk" precies betekent, omdat op dit punt, naar zij wist, heel wat verwarring bestaat onder de Katholieken. Ik kan mij die verwarring indenken, zij is o.a. te wijten aan het feit dat het gebruik van dit woord in de katholieke Kerk niet altijd hetzelfde is geweest. Het Romeinse bestuursorgaan dat nu "Congregatie voor de Oosterse Kerken" heet, heette daarvóór Sacra Congregatio pro Ecclesia Grientalie "Heilige Congregatie voor de Oosterse Kerk". Eerder had zij "Congregatie van de Geloofsverkondiging voor de Aangelegenheden van de Oosterse Riten" geheten. Deze was opgericht in 1862 en had dezelfde Prefect als die der Propaganda Pide (voor de missies). Na het Concilie, in 1968, werd de naam opnieuw veranderd en luidt nu "Congregatie voor de Oosterse Kerken".

Het ging niet zo maar om een naam. In de overtuiging dat Christus maar één Kerk heeft gesticht en dat dit nu de Rooms-Katholieke is, wilde men lange tijd het meervoud "Kerken" niet gebruiken, wat in zou houden dat er meer dan één is die aan die naam beantwoordt. Voorstellen om de Romeinse Congregatie die van de "Oosterse Kerken" te noemen werden om principiële redenen van de hand gewezen.

Onder invloed van het oecumenisme gaf Vaticanum II de kerkgemeenschappen van de Oosterse ritus, al of niet verbonden met Rome, de naam van "Kerk", resp. "Kerken". De andere kregen de naam van "communitates ecclesiales", "kerkelijke gemeenschappen" (zie het decreet Unitatis Redintegratio over het oecumenisme; 1964). Een gevolg hiervan was dat, toen Paulus VI nieuwe namen gaf aan de Romeinse congregaties, die voor de Oosterse Christenen een naam kreeg, die in overeenstemming was met het Conciliedecreet. Haar competentie strekt zich alleen uit tot de met Rome verenigde "Oosterse Kerken".

Het verschil tussen "Kerken" en "Kerkgemeenschappen" werd op het Concilie gemaakt op basis van het feit, dat die der Oosterse Christenheid een geldig gewijde hiërarchie hebben en geldige sacramenten, terwijl de Protestantse "kerkgemeenschappen" die niet hebben.

"What's in a name?" schreef Shakespeare en hij liet antwoorden dat een roos goed ruikt, hoe men haar ook noemt. Van de andere kant bestaat de neiging, die wij o.a. in het Oude Testament vinden, om met de naam het wezen of een kenmerkende eigenschap aan te duiden. Dat was en is nog met het woord Kerk het geval, het roept gedachten op aan Christus' stichting en aan de tijd dat de Christenheid nog één was en zichzelf' (de) Kerk" noemde, door Christus gesticht.

Het behoort tot de goede omgangsvormen en het is elegant een persoon, een stichting, een instelling aan te duiden met de naam die zij zichzelf toekennen. Daarom noemen wij al sinds eeuwen de van ons gescheiden Oosterse Christenen van de Byzantijnse ritus (Grieken, Russen, enz.) "orthodoxen". Die naam geven zij zichzelf, omdat zij overtuigd zijn dat zij, en zij alleen, de ware "orthodoxe" leer van Christus belijden en zich alléén zo mogen noemen. De Katholieken zijn voor hen ketters, heretiki. Wij Katholieken zouden dus kunnen weigeren hen "Orthodoxen" te noemen, maar wij doen het niet. Door geünieerde Grieks-Katholieken wordt al 61 jaar lang een klein weekblad KATHOLIKI uitgegeven. Lange tijd stond boven de rubriek, die zich bezig hield met de "orthodox"-Griekse Kerk: "Uit de heterodoxe Kerk" ( = uit de Kerk van een andere leer); daarvoor in de plaats leest men nu "Uit de orthodoxe Kerk".

Allang voor Vaticanum II waren wij gewend de naam "Kerk" in het gewone spraakgebruik aan alle kerkgemeenschappen te geven, die zichzelf zo noemen; daarom spraken wij zonder bezwaar van de "Nederlandse Hervormde Kerk" en van de "Gereformeerde Kerken". Er werd niet aan gedacht aan dit spraakgebruik een leerstellige betekenis te hechten.

Tegenwoordig wordt vaak gesproken van "de Kerken" (al of niet met hoofdletter), waarvan de katholieke er één is. Niet zelden proeft men in dit meervoud de gedachte dat de katholieke Kerk maar een van de vele is en geen voorrang heeft. In zo'n geval klinkt het woord onaangenaam in onze katholieke oren.

In officiële toespraken van katholieke hoogwaardigheidsbekleders wordt het onderscheid tussen "Kerk" en "kerkelijke gemeenschap" niet altijd meer gehandhaafd en wordt soms alleen het eerste woord gebruikt, kennelijk om de "gescheiden broeders" tegemoet te komen en hen niet mogelijkerwijze te kwetsen. Men gaat nog veel verder en noemt b.v. de Grieks-Orthodoxe Kerk, resp. die van Constantinopel, "Zusterkerk". Dit was vóór Vaticanum II ondenkbaar en kan gemakkelijk tot misverstand lei- den. De Kerk van Rome heeft zich vele eeuwen lang "Moeder en Leermeesteres" van alle Kerken genoemd, die dus haar "dochters" zijn. Wan- neer hoge vertegenwoordigers van de Grieks-Orthodoxe Kerk zo goed zijn die van Rome een "zusterkerk" te noemen, ligt daar duidelijk de bedoeling aan ten grondslag te ontkennen dat Rome de "Moederkerk" is. Toen Patriarch Dimitrios van Constantinopel voor de eerste maal officieel bezoek kreeg van kardinaal Willebrands, kreeg deze te horen dat geen enkele bisschop rechtsmacht heeft over een andere. Dit betekende dat hij er niet aan dacht die van Rome als hoofd van de Kerk te erkennen in katholieke zin. Willebrands kon zich dit voor gezegd houden en het zijn supérieur te Rome melden.

Als men nu ook te Rome van "zusterkerken" spreekt, gebeurt dit uit vriendelijkheid en om de oecumenische "dialoog" te bevorderen. Die leeft tegenwoordig van dubbelzinnige uitdrukkingen. Daarom zijn er heel wat gescheiden Oosterlingen die dit niet vertrouwen, en men kan hun daar niet helemaal ongelijk bij geven; het woordt is misleidend, men kan geen zuster van zijn moeder zijn (normaal gesproken). Als Rome dus spreekt van "zusterkerken" dan bedoelt zij daar iets anders mee dan verwantschap in de 1ste graad van de zijlinie en zet haar claim van Moeder zolang in de ijskast. Er zijn natuurlijke katholieke oecumenici genoeg, die andere Kerken echt "zusterkerken" vinden, maar dit kan nooit het officiële standpunt van het officiële Rome zijn. Het is een vriendelijkheid, waarmee men op een nauwe verwantschap wil wijzen. Inmiddels houdt patriarch Dimitrios niet op eraan te herkennen dat nog zéér veel de katholieke Kerk scheidt van de orthodoxe. Zo is het en hij is tenminste eerlijk. Het woord "zusterkerk" wordt te Rome op een manier gebruikt die tot misverstand kan leiden.

Ziehier enkele beschouwingen over het gebruik van het woord Kerk en het meervoud daarvan. Vriendelijk en hoffelijk moeten wij zijn, misleidend nooit. Maar iemand misleidt een ander niet wanneer die weet wat hij met zijn woorden bedoelt. Laat ons hopen dat, wanneer wij het woord "Kerk" gebruiken, iedereen weet wat wij bedoelen. Ook als wij "zusterkerk" zeggen.