terug

Mag een priester, met de goede bedoeling, hosties te consacreren, de transubstantiatie voltrekken buiten de H. Eucharistie, (de H. Mis), m.a.w. op een ander moment en zelfs eventueel andere plaats dan die der consecratie in een h. Mis?

De Kerk verbiedt de priesters allerstrengst de H. Eucharistie te consacreren buiten de H. Mis Canon 937 van het huidige kerkelijk wetboek luidt:

"Het is een gruwel (nefas, d.w.z. een zeer groot kwaad), zelfs in het geval van uiterste noodzaak, het brood zonder de wijn, of omgekeerd te consacreren, of ook beide buiten de viering der Eucharistie"

De vroegere codex bevatte dezelfde bepaling (can. 817). Veel theologen zijn zelfs van mening dat zulk een consecratie ongeldig is. De priester moet immers "doen wat de Kerk doet", d.w.z. de H. Mis opdragen. In geval van nood kan hij zich hierbij beperken tot de kortste woorden, maar het moet duidelijk zijn dat hij de woorden "Dit is mijn lichaam, mijn bloed" in de persoon van Christus spreekt, anders komt hun betekenis niet tot recht. Tot de H. Mis behoort wezenlijk de dubbele consecratie, omdat deze het zinnebeeld is van Jesus' kruisdood. Het is dus zelfs in een concentratiekamp uitgesloten dat een priester die alleen maar een stukje brood heeft, dit 'consacreert'. Een priester mag dus ook niet, b.v. wanneer er bij het huidige massaal communiceren (bijna altijd zonder biecht en in Nederland, naar men moet vrezen, in zeer vele, of zelfs in de meeste gevallen zonder katholiek geloof) geen heilige Hosties meer zijn, even naar de sacristie gaan om daar de consecratiewoorden uit te spreken of dit door een ander priester te laten doen. Ook is een tweede consecratie, binnen één H. Mis verboden.

St. Thomas was van mening dat een consecratie (kennelijk van brood èn wijn, gehéél buiten een H. Mis) geldig is, als de priester maar de bedoeling heeft het sacrament te voltrekken, omdat hij dan geacht moet worden "uit de persoon van Christus" te spreken. (S. Theol., III, 78, 1 ad 4). Hiermee is niet in strijd, dat om te doen "wat de Kerk doet", duidelijk moet zijn dat de priester dit ook wil, want het sacrament is een uitwendig teken. St. Thomas voegt echter toe, dat een priester die zo zou handelen, zwaar zou zondigen.

Hiermee is ook de vraag opgelost of een slechte priester, die zijn hoofd om de deur van een bakkerij steekt en dan snel zegt: "Dit is mijn lichaam" al het aanwezige brood heeft geconsacreerd. Vrij algemeen antwoord men ontkennend en hieraan kan ieder zich houden. Zoiets is immers niet de H. Mis opdragen en "doen wat de Kerk doet".

Het is de laatste tijd voorgekomen, en komt vermoedelijk nog voor, dat bij een 'eucharistieviering' alleen de woorden van de consecratie door een priester worden uitgesproken. Soms komt hij er even voor uit de sacristie, om daarna weer te verdwijnen. Ook dit is nefas, 'gruwelijk'. Volgens S. Thomas zou zulk een consecratie geldig kunnen zijn, volgens anderen is zij dit niet, omdat, zeggen zij, de consacrerende priester niet H. Mis opdraagt. Ieder rechtgeaarde gelovige ziedt in, dat hier een loopje wordt genomen met het 'vieren der Eucharistie'.

Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P.
Uit: Katholieke Stemmen, Augustus 1986