terug

10. Een goed christen moet allereerst de bedoeling hebben om God in zijn leven te eren. Maar dat doen de roomsen niet, zij denken bij hun doen en laten hoofdzakelijk aan de beloningen aan hun eigen geluk in de hemel.

Als iemand dit bezwaar naar voren brengt, stelt hij het voor, alsof het eren van God en het denken aan eigen geluk met elkaar in strijd zouden zijn; want dan alleen is het een steekhoudende moeilijkheid en sluit het denken aan eigen geluk het eren van God uit. Maar die tegenstelling is geforceerd; die twee kunnen gerust samengaan en daarmee vervalt de gehele moeilijkheid.
God heeft immers met de schepping een dubbel doel (zie vraag 2.): Zijn eigen verheerlijking en het geluk van Zijn schepselen. Door Zijn wijsheid en almacht heeft Hij het zo ingericht, dat die twee dingen kunnen samengaan, en dat dus de mens, die God eert en dient, juist daardoor en daarin een echt en waar geluk kan vinden, eerst nog onvolmaakt in dit leven op aarde, later volkomen in de hemel hiernamaals. Natuurlijk is de verheerlijking van God het eerste en voornaamste doel van de schepping; en daarom moet de mens er ook allereerst op uit zijn God te eren en daaraan al zijn krachten te wijden. Maar dat houdt niet in, dat hij alle gedachten aan zijn eigen geluk als verkeerd en slecht zou moeten beschouwen; want dat moet er volgens Gods plan mee samengaan!
Zou echter iemand zijn eigen geluk op zo een manier willen bewerken, dat hij God daarmee niet dienen en eren kan, m.a.w.: als hij zijn geluk gaat zoeken in iets, dat met Gods wil strijdt, dan doet hij verkeerd. Eveneens is dat het geval, als iemand wel uiterlijk God zou dienen, maar uitsluitend of hoofdzakelijk zou denken aan de beloning, die hij hoopt te ontvangen.
Maar als iemand God eert en dient uit de grond van zijn hart, bij het begin van de dag zijn werk aan God opdraagt, God dankt voor al het goede; en tegelijkertijd, zoals het in zijn aard als mens ligt, blij is om het geluk, dat God hem geeft en geven zal, dan is dat goed en volgens Gods wil.
Een bevestiging uit het evangelie: Bidden wij niet in het 'Onze Vader: "Uw naam zij geheiligd," en ook: "Geef ons heden ons dagelijks brood"? En bewijst dat niet met Christus' eigen woorden, dat we ook gerust aan ons eigen belang mogen denken? Als overigens iemand zegt, dat de katholieken alleen maar denken aan de beloning, kunnen we dat slechts ontkennen. Het feit immers, dat wij daar óók over spreken is geen bewijs, dat wij daar alléén maar aan denken.

Uit: de meest gemaakte moeilijkheden, door Prof. Felix Otten O.P. en Dr. C.F. Pauwels O.P.