www.ecclesiadei.nl
Ik zal opgaan tot het altaar van God
De Heilige Mis en haar riten verklaard
Hoofdpagina | Tridentijnse Liturgie | Documenten | Bedevaarten | Links | Contact 
 www.ecclesiadei.nl / documenten / Ik zal opgaan tot het altaar van God / 12. De na-Mis

12. De na-Mis

Het laatste gedeelte van de Heilige Mis lijkt duidelijk op het eerste gedeelte van de Heilige Mis.

  1. Tijdens de na-mis wordt hardop gebeden
  2. De kelk is weer met het kelkvelum bedekt
  3. Het missaal staat weer aan de epistelkant.

Ook de gebeden van het eerste gedeelte en het laatste gedeelte zijn op elkaar afgestemd.

  1. introÔtus - communio
  2. Oratio - postcommunio
  3. Evangelie - laatste evangelie
  4. Altaarkus zowel aan het begin als op het eind wordt door stil gebed begeleid. Aan het begin met het gebed 'oramus te' en op het einde met het gebed 'placeat tibi'.

Zo laat de gehele Heilige Mis een mooie symmetrie en ordening zien:

Offermis
Offering - Consecratie - Communie
Voormis Namis

De communio

De communio en de postcommunio behoren tot de wisselende gedeelten van de Mis. Oorspronkelijk was de communio een psalmgezang. Zoals de introÔtus aan het begin van de Mis de intochtprocessie begeleide, zo begeleide de communio de uitdeling van de Heilige Communie Nu is daar nog een kleine antifoon van over gebleven. Gewoonlijk drukt de communio een gedachte uit die deze dag kleur geeft.

De postcommunio

De postcommunio drukt meestal de bede uit dat het sacrament dat ontvangen is zijn volle vruchten aan ons geeft. Zo bidden wij b.v op de 2de zondag van de advent: "Met geestelijk voedsel gespijzigd, smeken wij U, Heer, ootmoedig: dat Gij ons door de deelneming aan dit mysterie het aardse leert verachten en het hemelse beminnenÖ.."

Ite Missa est (gaat, het is de wegzending)

In de vroege Kerk en vooral in tijden van vervolging hielden de christenen vast aan een strenge arkaan discipline (arcanus= geheim). De catechumenen (doopleerlingen) werden langzaam, stap voor stap ingewijd in de geheimen van het geloof en met de rituele handelingen vertrouwd gemaakt. Tegenover heidenen zweeg men over de christelijke leer en godsdienst, om het heilige in bescherming te nemen en niet bloot te stellen aan profanisatie. Men dacht daarbij aan wat Jezus zei: "Geef het heilige niet aan de honden en werp parels niet voor de zwijnen, opdat zij deze niet vertrappen met hun poten, zich omkeren en jullie verscheuren." (Mat 7, 6). Hiertoe maakte men gebruik van een soort geheimtaal en gebruikte men bepaalde eenvoudige symbolen, die alleen voor gelovigen verstaanbaar waren en met wiens hulp men elkaar kon herkennen.

Een van de vroegst christelijke symbolen was de vis: hij wordt in het water geboren, zoals ook christenen in het bad van de doop herboren worden. Een gezonde vis kan in zout water leven, zonder zelf zout te worden, zoals een gezonde christen ook de smaak van de wereld niet aanneemt. Tenslotte staan de letters van het griekse woord voor vis voor een bepaalde betekenis. ICHTHYS (= vis) als een korte geloofsbelijdenis: Jezus Christus, Zoon van God, Verlosser.

In de context van de arkaandiscipline staat ook het begrip Mis. Het is genomen uit het wegzendingswoord: "Ite, Missa est". 'Ite', komt van het latijnse werkwoord 'Ūre'= gaan, weggaan, en heeft hier de betekenis: 'gaat'. Het 'missa est' is verwant aan 'missio' = zending, woordelijk vertaald betekent dit: "hij is gezonden worden". Alleen ingewijden moesten verstaan, wat daarmee bedoeld werd, als de christenen over 'missa' spraken.

Gewoonlijk wordt het 'ite Missa est' betekenis gegeven als uitdrukking van de apostolische zending van de Kerk: "Gaat heen, u bent gezonden. U werd door het goddelijk licht verlicht en gesterkt door het hemelse Brood van het Leven. Ver kondigt het evangelie aan heel de wereld." (Mc. 16, 15) Gaat naar uw familie, naar de werkplek, in de scholen en universiteiten. Past u niet aan aan de wereld: Stemt uw gedrag niet af op deze wereld. Wordt andere mensen, met een nieuwe gezindheid. Dan bent u instaat om uit te maken wat God wil en wat goed is. Welgevallig en volmaakt. (Rom 12,2)

Gaat de wereld in opdat de werd door u veranderd wordt: "U bent het zout der aarde, wanneer het zout zijn kracht verliest, waarmee zal men dan zouten. Het deugd nergens meer voor dan om wegegooid te worden. U bent het licht der wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als zij op een berg ligt, men steekt toch ook geen lamp aan om ze onder de korenmaat te zetten, maar men zet ze op de kandelaar en dan schijnt zij voor allen in huis. Laat zo je licht schijnen voor de mensen. Opdat ze jullie goede werken zien en jullie Vader in de hemel prijzen." (Mat. 5, 13-16)

Een ongewone, zeer mooie verduidelijking geeft de Heilige Thomas van Aquino van het 'ite missa est' (Vgl Sth III 4, ad 9). In de woorden, 'gezonden worden' maakt hij ons erop attent dat in de Heilige Mis ons gebed en offer naar God opstijgt en Christus als offergave naar ons gezonden worden, opdat de gelovigen antwoorden 'Deo gratias' God zij dank.

De zegen

ramm060.jpg - 15kb

Voordat de zegen gegeven wordt, buigt de priester diep en legt zijn gevouwen handen op het altaar en spreekt zachtjes het "placeat tibi": "Behage U Heilige Drievuldigheid, de hulde van uw zienaar en verleen dat het offer dat ik ondanks mijn onwaardigheid voor de ogen van uw majesteit heb opgedragen U welgevallig zij en mij en allen, voor wie ik het opdroeg, door uw barmhartigheid tot verzoening strekkeÖ"

Dan kust hij het altaar en verheft de ogen naar boven en brengt beide handen samen, keert zich om en maakt met de rechterhand een kruisteken over het volk. Door deze handeling wordt duidelijk dat alle zegen van boven komt: "Alle goede gaven en ieder volkomen geschenk komt van boven, van de Vader, van de hemellichten, bij wie geen verandering is of verduistering door omwenteling." (Jak. 1,17).

Teken en bron van alle zegen is het heilig kruis. Ook in het allerdaagse leven moet de christen verbonden zijn met het kruis: "Als iemand mij wil volgen, moet hij zichzelf verloochen, hij neme zijn kruis op zich en volge mij." (Luc. 9, 23). De ware leerling van Jezus herkent men aan zijn houding ten opzichte van het kruis.

De zegenformule luidt: "Zegene U de almachtige God, de Vader, en de Zoon + en de heilige Geest." Al in de oudtestamentische zegenformule is een aanwijzing te vinden die leidt naar de allerheiligste Drievuldigheid, in zoverre de naam van Jaweh, driemaal genoemd wordt: "Als u de IsraŽlieten wilt zegenen, doe het dan met deze woorden: moge de HEER u zegenen en behoeden! Moge de HEER de glans van zijn gelaat over u spreiden en u genadig zijn! Moge de HEER zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken. Als zij zo mijn naam over de IsraŽlieten uitspreken zal Ik hen zegenen." (Num. 6,23 ev.)

De gehele ritus van de slotzegen is een beeld van de zegen die Jezus bij zijn Hemelvaart op de olijfberg aan zijn leerlingen gaf: "Toen bracht Hij hen buiten de stad tot bij BetaniŽ. Daar hief Hij zijn handen, en zegende hen. En terwijl Hij hen zegende, ging Hij van hen heen en werd Hij in de hemel opgenomen. Zij vielen voor Hem neer op de knieŽn en keerden daarna in grote vreugde terug naar Jeruzalem." (Luc. 24, 50- 52)

Het is zeer passend dat de gelovigen bij de priesterlijke zegen neerknielen, zoals ook de apostelen gedaan hebben bij de Hemelvaart van Jezus, want God zelf is het die door de hand van de priester zegent.

In de context van de Hemelvaart van Jezus staat ook de herinnering aan de wederkomst van Christus op de jongste dag, want toen de leerlingen Hem na staarden ten hemel, sprak een engel tot hen: "Wat staan jullie naar de hemel te kijken? Deze Jezus die van jullie is weggenomen, zal op dezelfde manier terugkomen, als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan." (Hand. 1, 11). Als de Heer eens terugkomt voor het eindoordeel dan zal Hij tot de uitverkorenen aan zijn rechterhand zeggen: "Komt gezegenden van mijn Vader en neem bezit van het rijk dat voor uw bereid is vanaf de grondvesting der wereld." (Mat. 25, 34).

Het Laatste Evangelie

Zegenen kan niet alleen met de hand maar ook met een kruis of met een relikwiehouder. Ook met het evangelie kan men zegenen want levend is het Woord van God en scherper dan een tweesnijdend zwaard. Het dringt door tot het raakpunt van ziel en geest, van merg en beenderen. Het ontleedt de bedoelingen en gedachten van het hart. (Heb. 4, 12). Oorspronkelijk had dit laatste evangelie vooral het karakter van een zegen. Als het begin van het evangelie plechtig wordt gelezen, dan staat het begin plaatsvervangend voor het geheel (pars pro toto). Daarom is het op sommige plaatsen ook gebruik om op sacramentsdag op vier altaren - gericht naar de vier hemelrichtingen het begin te lezen van de vier afzonderlijke evangeliŽn. Ook inhoudelijk vinden wij in het laatste evangelie een passende afsluiting van de Heilige mis, want dit evangeliedeel bevat een wonderbare samenvatting van de wezenlijke inhoud van het Heilig Misoffer en de belangrijkste geheimen van ons geloof.

De heilige Apostel en evangelist Johannes wordt terecht afgebeeld met als symbool de adelaar. Zo zegt men: "Adelaren kunnen met het blote oog in de zon kijken." Daadwerkelijk lijkt het begin van het Johannes-evangelie op een adelaar-achtige blik in de eeuwige Godsheid: "In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God."

In de structuur van de Heilige Mis staat het laatste evangelie parallel met het trappengebed. Waar daar gesproken wordt over: "zend uw licht en uw trouw" vinden wij in het laatste evangelie het antwoord, als het spreekt over het "ware Licht dat iedere mens verlicht, en wat in deze wereld komt."

ramm061.jpg - 14kb

Van Johannes de doper wordt gezegd: een man, een gezondene van God. Hij moet de Heer vooruit gaan en Hem de weg bereiden: Hij kwam als getuige, Hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Maar de mensen hadden de duisternis meer lief als het licht (Vgl. Joh. 3, 19). Zo moest Johannes de Doper hetzelfde noodlot ondergaan als voor hem de oudtestamentische profeten (Vgl. Mc. 6, 17-29) om bloedgetuige voor Jezus te zijn, te midden van een grote schare van bloedgetuigen. Jezus was in de wereld en de wereld is door Hem geworden, maar de wereld erkende Hem niet, Hij kwam in het zijne maar de zijnen ontvingen Hem niet. Allen die Hem ontvingen hen stelt Hij instaat om kinderen van God te worden, zij die geloven in Zijn naam.

Bij de woorden: "en het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond" buigt de priester aanbiddend zijn knie. Zoals te Nazareth toentertijd het goddelijk Woord in de schoot van de maagd Maria is afgedaald, zo is Christus op het woord van de priester op het altaar afgedaald. Als wij oprecht de Heilig Mis hebben meegevierd en als het ons gelukt is om een klein tipje van de sluier van het mysterie op te lichten, dan kunnen ook wij van harte zeggen "Et vidimus gloram ejus - en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid."

"Deo gratias - Aan God zij dank."

ramm062.jpg - 17kb