www.ecclesiadei.nl
Introibo ad Altare Dei
Hoofdpagina | Tridentijnse Liturgie | Documenten | Bedevaarten | Links | Contact 
 www.ecclesiadei.nl / documenten / DOSSIER: Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P. / Jezus Christus is Dezelfde: gisteren, heden en in eeuwigheid

Jezus Christus is Dezelfde: gisteren, heden en in eeuwigheid

Prof. Mag. Dr. J.P.M. van der Ploeg O.P.
Preek in de Kathedrale Basiliek van Sint Jan, 's-Hertogenbosch, 22 maart 1970

"Houdt uw overheden in gedachtenis die u het woord van God hebben verkondigd; houdt hun levenseinde voor ogen en volgt hun geloof na. Jezus Christus is dezelfde gisteren, heden en in eeuwigheid. Laat u niet meeslepen door veelsoortige en vreemde leringen." (Hebr. 13, 7-9)

Beminde christenen en veelgeliefden!

Wij zijn vandaag bijeengekomen in de kathedrale basiliek van St. Jan om samen te bidden, het woord Gods te aanhoren en het heilig Misoffer op te dragen voor het behoud van het katholiek geloof in ons vaderland. Als men iemand van ons tien, of zelfs minder jaren geleden had gezegd, dat wij dit in 1970 hier, op deze plaats zouden moeten doen, zou hij vermoedelijk met zijn vinger op zijn voorhoofd hebben getikt en hebben gezegd: kom, wees wijzer! Nu zijn wij dan zover. Ik hoop dat de keuze van Sint Jan voor onze bijeenkomst een zinnebeeldige betekenis heeft. Deze kerk is rond 1200 opgericht voor de katholieke Eredienst, maar is daaraan een tijdlang ontnomen. Bijna twee eeuwen lang was Christus er niet tegenwoordig in de Eucharistie, werd het Misoffer er niet opgedragen, klonken de vertrouwde gebeden der Kerk er niet en werd er de naam van de Paus, Christus' plaatsbekleder op aarde, niet met gebed voor hem genoemd. Daarna werd alles weer hersteld en daarvan zijn wij de gelukkige getuigen. Moge dit ook zo zijn, maar dan in veel sneller tempo! met het katholieke geloof in Nederland; moge het herrijzen uit het ongeloof en de verdeeldheid en het grote verdriet, dat wij nu overal om ons heen bespeuren.
Men noemt tegenwoordig de katholieke kerk in Nederland ook wel "de geloofsgemeenschap" en men hoort dit woord zelfs uit bisschoppelijke monden, maar dan, laten wij aannemen, als ideaal. Want géén uitdrukking is heden smartelijker onjuist dan de aanduiding "geloofsgemeenschap" voor Nederlands katholieken. Zij zijn verdeeld, verscheurd, in groepen en richtingen gesplitst; erger nog: velen verscheuren en doen wat zij kunnen, om het oude geloof te doen verdwijnen uit de harten. De gemeenschap van geloof heeft in katholiek Nederland opgehouden te bestaan.

Wij moeten dus weer een geloofsgemeenschap worden, maar dat is niet genoeg. Want wij zijn lidmaten van het volk van God en het mystieke Lichaam van Christus, de Éne, Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk, die op aarde bestuurd wordt door Christus' plaatsbekleder, de Paus en samen met hem, maar onder hem, door de hiërarchie, die Christus heeft ingesteld, hier in Nederland onze bisschoppen. Wij vormen d.w.z. moeten vormen een eenheid in geloof, een ware geloofsgemeenschap, maar één, die hiërarchisch verbonden is en de leiding aanvaardt, die hierin van Godswege allereerst centraal wordt gegeven. Er wordt tegenwoordig in Nederland zo vaak gezegd dat men "in eenheid", zoals 't heeft, met de Paus wil leven (en vergeet te zeggen, dat men zijn gezag wil erkennen) en dat men die eenheid niet wil verbreken. Maar dan moet men die eenheid ook verstaan, zoals de Paus en de Kerk zelf ze verstaan, anders is ze er niet. Betuigingen van eenheid met de bisschop van Rome hebben weinig waarde wanneer men weigert zijn gezag en leiding te aanvaarden, bijzonder als het in grote zaken is, zoals die van catechismus, huwelijksgebruik en celibaat. Hierin de leiding niet aanvaarden en toch van eenheid spreken is onverstaanbare taal.

Beminde christenen en veelgeliefden! Hoe is, het zover gekomen, dat de katholieke kerk in Nederland verscheurd is, en dat er dingen gebeuren, die, wanneer consequent voortgezet - en men houdt nog steeds niet op door te gaan op het ingeslagen pad -, alleen maar kunnen leiden tot het losscheuren, van een deel der Nederlandse katholieken van de Moederkerk? Velen staan al klaar het te doen, we weten het, enquêtes hebben het ondubbelzinnig aan het licht gebracht; men wacht slechts op een signaal.

De grondoorzaak van deze ellende is een fundamentele: het is het verval door ondermijning van het geloof. En deze ondermijning dateert niet van vandaag of gisteren, anders zou zij nu niet zo massaal kunne gebeuren Ze is al ingezet binnen de katholieke Kerk, maar dan niet in Nederland, in de vorige eeuw of zelfs in de 18de eeuw. Pausen als Gregorius XVI, Pius IX en Leo XIII hebben er in de 19de eeuw tegen gevochten. Het eerste Vaticaans Concilie van 1870, waarvan do 100-jarige herdenking in Nederland veelbetekenend bijna met volkomen stilzwijgen wordt voorbijgegaan, heeft als eerste Dogmatische Constitutie er een uitgevaardigd over het ook toen zo bedreigde geloof, afgekondigd op 24 april 1870, dat is, op één maand na precies een eeuw geleden. Daarin is o.a. als geloofsleer afgekondigd, dat het onmogelijk is, dat de leer der Kerk verandert of dat de door haar voorgehouden Dogma's in de loop van de tijd - en dan zogenaamd gekoppeld aan de vooruitgang van de wetenschap, of zoals men nu zegt: aan de nieuwe wereldbeschouwing - een andere zin en een andere betekenis zouden kunnen krijgen dan de Kerk er steeds aan heeft gehecht. Met andere woorden: de geloofsleer der Kerk is onveranderd en onveranderlijk; weest niet bevreesd dat het ooit anders wordt, alles wat op hot ogenblik in de Kerk gebeurt ten spijt.

Op het ogenblik wordt in katholiek Nederland in woord en geschrift, van kansels en professorenzetels, veel gezegd wat met deze uitspraak direct in strijd is. Wij belijden in ons Credo: "Ik geloof in God de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde ". Het woord 'Schepper' betekent dat God de wereld in het begin van de tijd uit het niet heeft voortgebracht, haar helemaal alleen heeft gemaakt en er dus mee doen kan wat Hij wil. Hij kán ingrijpen en heeft dit herhaaldelijk gedaan, o.a. door het verrichten van echte wonderen, die de krachten van de natuur te boven gaan; Hij heeft ons door het water van het doopsel en de Heilige Geest opnieuw doen geboren worden tot een geheel bovennatuurlijke orde; die der genade, waardoor wij doen wat ons uit eigen kracht en met eigen kracht in het geheel niet mogelijk is en waardoor wij het eeuwige leven verwerven. Hij schenkt ons zijn genade, direct of door middel van de heilige Sacramenten. En dit alles houdt in, dat God in deze wereld werkt en voor ons heil ingrijpt, daar werkt en handelt en doet wat de wereld, of wij mensen uit ons zelf niet kunnen. Van deze gedachte, van deze rotsvaste overtuiging, is heel de H. Schrift vol, van haar eerste bladzijde tot de laatste. De Kerk heeft er nooit aan getwijfeld en in haar leer nooit iets anders verkondigd, en in Uw jeugd hebt gij nooit iets anders gehoord.

Dit 'Godsbegrip' gelijk men zegt ,wordt nu door moderne dwaalleraars als verouderd van de hand gewezen. Zij zeggen dat God niet buiten maar in deze wereld is en daar alles doet wat ook de wereld en de natuur doet, en niets doet, wat de natuur niet kán, en niet doet. Dit is hun gronddogma en een dwaling die het katholieke geloof, ja men mag gerust zegen: heel het christelijk geloof volstrekt vernietigt. Ook wij zeggen, dat God niet alleen "buiten" deze wereld is; Hij is ook in de wereld, Hij is alomtegenwoordig, ook tegenwoordig in onszelf, meer nog dan wij het in onszelf zijn. Hij werkt overal en buiten Hem gebeurt er niets. Maar Hij ' doet het, niet als een deel van de wereld, maar als de heel Andere en Hij heeft zijn werking noch gedwongen, noch uit vrije wil door de wetten en de krachten der natuur laten beperken.

Als U nu, en daarom zeg ik dit, deze kapitale dwaling goed voor ogen houdt, kunt U er de talloze andere uit afleiden die U vandaag overal kunt horen. Om er maar,enkele te noemen: Als er geen bovennatuurlijke orde is, God dus niet bovennatuurlijk ingrijpt en niets toevoegt wat de natuur niet heeft, zijn er ook geen echte sacramenten waardoor genade wordt aangeduid en gegeven; geen sacramenten als bovennatuurlijke werkelijkheden, waardoor God de mens een macht of een kracht geeft, die hij anders niet zou hebben. Sacramenten werken dan niet uit zichzelf, ze zijn symbolen, ze zijn zinnebeelden, die niet uit eigen kracht betekenis hebben, maar door de inwerking op de mens, op de geest, op de ziel van de mens, wanneer hij tenminste maar beseft wat ze betekenen, anders zijn ze werkeloos. Op zulk een wijze wordt het kinderdoopsel een uiterst twijfelachtige aangelegenheid, want het kind. begrijpt. niets van wat er gebeurt. Het is een moeilijk te verdedigen zaak, en leest U maar eens (of leest U het niet! ) hoe in de Nieuwe Katechismus rond de noodzakelijkheid van het kinderdoopsel wordt heengedraaid en hoe het enige motief wat, geldig is niet wordt gegeven: dat een kind wordt gedoopt om het de erfzonde te vergeven, en de heiligmakende genade in te storten. - Er is verder geen echt priesterschap, waardoor een eeuwigdurend merkteken wordt geven, zoals het Concilie van Trente als geloofsleer voorhoudt. Dat ook geen verschil, geen echt verschil, tussen preister en niet-priester, en dan is het "voorgaan in de Eucharistische Dienst", zoals dat heet, een functie, die eventueel ook door niet-gewijden kan worden verricht. Dan is er ook geen echte verandering meer van brood en wijn in het Lichaam en Bloed des Heren. Dan is er ook geen sacramentele vergiffenis van zonden meer door de Biecht en kan men deze dus afschaffen; en dan kan men ook niet meer zeggen, dat de genaden, door Christus aan het kruis voor ons verdiend, nog op ons moeten worden toegepast en dat dit bij voorkeur geschiedt in het Misoffer als wij er godvruchtig bij tegenwoordig zijn. Iemand heeft enkele jaren geleden bij het aanvaarden van zijn kerkelijk ambt gezegd dat er geen andere genade is dan dat God mij mijn naaste heeft gegeven. Van zulke gedachten is bijvoorbeeld het rapport over de ambtsvervulling, dat ingediend was bij de vergadering van Noordwijkerhout vervuld, zodat het vernietigend was voor de katholieke geloofsleer omtrent het priesterschap, en daarmee van de Kerk. En daarom hebben ook de bisschoppen het bekritiseerd en is het door de Paus zo van de hand gewezen, dat zijn Nuntius zelfs bij de bespreking ervan niet tegenwoordig mocht zijn.

Een ander gevolg van deze dwaling, een der ergste die de Kerk ooit heeft gekend, is dat mens en wereld centraal worden gesteld en niet meer God. Wij kennen immers: zo zeggen zij, eerst de wereld en daarachter God. 'God' wordt in feite een naam, een woord zonder inhoud, een God van filosofen en niet meer van gelovigen. Maar dan hoeft men ook niet meer tot Hem te bidden. En zo leest men dan in een ander geschrift bestemd voor het Pastoraal Concilie, dat het gebed voor veel religieuzen vandaag tot een probleem is geworden, omdat zij niet meer inzien waarom het nog nodig is. Voor religieuzen! die zich aan God hebben gewijd en daarom vanzelf meer moeten bidden dan anderen. Ja, zelfs het zich wijden aan God, het hele religieuze leven, wordt zinloos en daarom voorziet hetzelfde rapport, dat er binnen een aantal jaren van de duizenden religieuzen die Nederland nog telt, haast geen meer over zullen zijn. Het religieuze leven, zoals het tot dusver werd geleid en zoals het nog eens bevestigd is, uitvoerig, op het Tweede Vaticaans Concilie, heeft dan geen zin meer. Alles wat er nog van over zal blijven, zo wordt gezegd, kunnen heel kleine groepjes zijn van samenwonende ongehuwden, die de wereld willen verbeteren.

Beminde christenen en veelgeliefden! Ik heb U dit niet gezegd om aan te klagen - het verkondigen van Gods woord moet voor alles positief zijn en niet negatief -, maar om U de wortels van het kwaad in één enkele formule duidelijk te maken en bloot te leggen; dan kunt U zelf oordelen en de dwalingen doorzien. Wat staat ons nu te doen? Op de allereerste plaats: vaststaan in het geloof zoals dit ons door de Kerk, niet door die van een of ander land, maar door de katholieke Kerk in haar geheel wordt voorgehouden in haar Credo, door het woord van Pausen; en Kerkvergaderingen. En geloven is niet zo maar het opzeggen van of vasthouden aan formules, zodat men zou kunnen zeggen wat wij zo vaak horen "ach het komt er niet op aan, wat wij nu allemaal precies geloven en hoe wij dat zeggen, als wij maar christelijk leven" Het alleen maar aanvaarden van geloofswaarheden en meer niet is een dood geloof; het moet levend gemaakt worden doordat wij in en uit en door het geloof leven. Als het verandert en verdwijnt, verandert en verdwijnt ook het christelijk leven. Zien wij rondom ons heen en die waarheid is zonder meer duidelijk.

Op verzoek, op uitdrukkelijk verzoek van de eerste bisschoppensynode van 1967, heeft Paus Paulus het geloof beleden en uitgedrukt in zijn heerlijk Credo. Hij heeft erin gesproken als onze opperste herder en leider: wij hebben hem te volgen en laat ons het doen met vreugde. En dan verder moeten wij ons geheel voor het geloof inzetten en bereid zijn, er offers voor te brengen. Niet offertjes, maar offers, het offer desnoods van onszelf, zoals de martelaren van alle tijden, ook van onze tijd, hebben gedaan en doen als zij hun leven ervoor gaven.

En dan bidden, veel bidden. Niet alleen wat liederen of liedjes met elkaar in de kerk zingen, maar vooral bidden tot God in ons hart als wij Hem in het Sacrament hebben ontvangen, als wij in geestelijke nood zijn, als wij er behoefte aan hebben - en dat moge dikwijls zijn - samen met God te zijn; als wij Hem willen loven, prijzen en danken.

En dan: leven samen met de Kerk. Men zegt tegenwoordig: de Wereldkerk. Wij zeiden, en laat ons het blijven zeggen: de Katholieke Kerk. Dat betekent wel hetzelfde: de over heel de wereld verspreide Kerk, maar het woord heeft door zijp gebruik zulk een geliefde en diepe klank, zulk een heerlijke inhoud: de Katholieke Kerk, onze Kerk, onze moeder de heilige Kerk, die wij liefhebben, die wij beminnen, zonder welke wij niet zouden kunnen leven en bestaan omdat zij ons verenigt met Christus op de wijze waarop Hij dit heeft gewild. Die Katholieke Kerk is zo groot en zo heerlijk en zo rijk en ze is ons zo lief. Zij is onze Moeder en het gaat ons door de ziel, wanneer men tegen haar schopt en trapt, al beweert men, het alleen tegen haar instellingen te doen. Alsof die van haar zijn te scheiden!

Laten wij elkaar steunen ook in het geloof en alle goede priesters en leken, die ons hierbij voorgaan, niet zelden ten koste van veel offers, veel tegenwerking, veel eenzaamheid, veel leed - vergeet het niet - ondergaan van de zijde van hen, die officieel hun geloofsgenoten zijn, zelfs hun medepriesters, maar in feite andersdenkenden, anders-levenden, anders-gelovenden, anders-handelenden zijn geworden.

En laat ons dan nu, om te besluiten, deze H.Mis vervolgen, ons geloof belijden, ons verenigen met Christus' Offer aan het kruis dat onbloedig onder ons wordt hernieuwd, en bidden wij dat Hij ons, de kerk van Nederland, de hele Katholieke Kerk en haar vader en leidsman, de Paus, en onze bisschoppen genadig moge zijn.

AMEN.