www.ecclesiadei.nl
Introibo ad Altare Dei
Hoofdpagina | Tridentijnse Liturgie | Documenten | Bedevaarten | Links | Contact 
 www.ecclesiadei.nl / documenten / “Dignitatis Humanae, verklaring over de Godsdienstvrijheid (2)”

Dignitatis Humanae, verklaring over de Godsdienstvrijheid (2)

Paus Benedictus XVI en een mislukte analyse: achter het vage begrip de wereld van vandaag staat de vraag naar de verhouding tot de nieuwe tijd

Jack P. Oostveen


Catholica 2013, Nr. 7.
English summary

Inleiding

Dit artikel is het tweede deel van een soort drieluik waarin, aan de hand van een probleemanalyse betreffende de verklaring Dignitatis Humanae, getracht wordt de verschillende pijnpunten in de discussie van de Priesterbroederschap St. Pius X (SSPX) en Rome zichtbaar te maken, in de hoop dat de richting voor een mogelijke oplossing ook zal worden opgepakt.
In het eerste deel, verschenen in het dubbelnummer van mei-juni 2013, nr. 4-5, is ingegaan op de status van Dignitatis Humanae als verklaring van het Tweede Vaticaans Concilie, alsmede op de verschillende hermeneutische methoden en hun consequenties, met in het bijzonder de hermeneutiek van de hervorming, vernieuwing in continuïteit als de onderliggende interpretatiemethodiek voor de documenten van het Concilie.
In dit eerste deel is gememoreerd dat de verklaring over de Godsdienstvrijheid, Dignitatis Humanae, om drie redenen het voorwerp kan zijn van een theologisch debat. Evenzo kan op grond van de hermeneutiek van de hervorming, van de hernieuwing in continuïteit, daar waar het gaat over de visie inzake de nieuwe tijd en de onderliggende veranderde politieke, economische en maatschappelijke werkelijkheid, deze discussie zelfs breder worden gevoerd dan uitsluitend binnen het theologische domein. Deze discussie valt per definitie ook buiten het domein van Geloof en zeden en kan derhalve nooit onderdeel zijn van de onfeilbare Leer van de Kerk.
Tot slot is een zeer recente uitspraak van Paus Benedictus XVI gememoreerd. In dit artikel wordt nader op deze uitspraak ingegaan. Enerzijds vanwege de verstrekkende consequenties en anderzijds omdat deze uitspraak behoort tot het gewone Magisterium van Paus Benedictus XVI. Het betreft hier de uitspraak, met betrekking tot Gaudium et Spes, Dignitatis Humanae en Nostra Aetate, dat tijdens het Tweede Vaticaans Concilie de analyse inzake de nieuwe tijd niet gelukt is.

Paus Benedictus XVI

In het voorwoord van het onlangs door Mgr. Müller gepresenteerde boek “Joseph Ratzinger, Zur Lehre des Zweiten Vatikanischen Konzils”, (Joseph Ratzinger. Gesammelte Schriften 7/1)1 schreef Paus Benedictus XVI het volgende (pag. 6/7 van het eerste deel): “….. dat kwam tot uiting in de werkzaamheden over wat men het “XIIIe Schema” noemde en dat later het ontstaan gaf aan de pastorale Constitutie over de Kerk in de wereld van deze tijd. Hier had men het punt van de feitelijke verwachtingen van het concilie bereikt. De Kerk die in de barok nog in ruime zin de wereld vorm had gegeven, was vanaf de 19e eeuw steeds duidelijker in een negatieve relatie geraakt met de nieuwe tijd, die toen pas echt begon. Moesten de zaken zo blijven? Kon de Kerk in de “nieuwe tijd” geen positieve stap doen?”.2
Waarna hij verder gaat:
Achter het vage begrip “de wereld van vandaag” staat de vraag naar de verhouding tot de nieuwe tijd. Om deze te verduidelijken, zou het nodig zijn geweest, het essentiële en constitutieve voor wat betreft de nieuwe tijd preciezer te definiëren. Dit is in Schema XIII niet gelukt. Hoewel de Pastorale Constitutie (=Gaudium et Spes) veel belangrijks over het begrip “van de wereld” getuigt en belangrijke bijdragen levert wat betreft de vraag naar de christelijke ethiek, is het haar niet gelukt een essentiële verduidelijking op dit punt te geven.3 en
De confrontatie met de grote themas van de nieuwe tijd vond onverwacht niet in de grote pastorale constitutie (=Gaudium et Spes) plaats, doch in twee kleinere documenten, waarvan het belang pas geleidelijk aan zichtbaar werd bij het verwerken en interpreteren van het Concilie.4 De twee kleinere documenten worden door Paus Benedictus XVI vervolgens nader benoemd: Dignitatis Humanae en Nostra Aetate5.

Een mislukte analyse

Dit lijkt de eerste keer te zijn dat een Paus in zulke klare bewoordingen een dergelijke verstrekkende uitspraak over het Tweede Vaticaans Concilie heeft geformuleerd. Deze uitspraak van Paus Benedictus XVI in het voorwoord van het boek Joseph Ratzinger, Gesammelte Schriften6 is geschreven en ondertekend per 2 augustus 2012 en behoort met haar publicatie in december 2012 dus tot het gewone Magisterium dat door deze Paus is uitgeoefend. Deze uitspraak is weliswaar één van de laatste van zijn Pontificaat, maar dan wel één, die zeer verstrekkend is. Dezelfde woorden zijn nogmaals herhaald in de ingekorte versie van het voorwoord dat Paus Benedictus XVI voor de jubileumuitgave van de Osservatore Romano (pag. 4-9) heeft geschreven7.
Het betreft hier een verklaring met betrekking tot de Pastorale Constitutie Gaudium et Spes.
Een verklaring die, zoals Paus Benedictus XVI schreef, direct ook de documenten Dignitatis Humanae en Nostra Aetate in haar verlengde heeft liggen. In duidelijke bewoordingen wordt hier zeer expliciet uitgesproken dat de analyse van de nieuwe tijd niet gelukt is. Dit heeft directe gevolgen voor de visie op onderliggende politieke, economische en maatschappelijke veranderingen van de laatste circa 200 jaar. En dat heeft weer gevolgen voor de karakterisering van het onderscheid tussen de oude en de nieuwe tijd.
En zoals Paus Benedictus XVI meldt, was hier nu juist: “het punt van de feitelijke verwachtingen van het concilie bereikt”, waaruit zonder meer de logische conclusie kan worden getrokken dat, wanneer deze analyse met betrekking tot Gaudium et Spes niet is gelukt, zij dan ook voor geheel Vaticanum II niet is gelukt. Immers, deze analyse is gelukt of niet gelukt en wanneer zij niet is gelukt voor een deelgebied van het probleem of thema, dan is zij dus ook niet gelukt voor het gehele probleem of thema.
Hieruit blijkt het grote en verstrekkende belang van deze uitspraak. Zij heeft dus ook een directe betrekking op de uitvoering van de “aggiornamento”, als zijnde de door Paus Johannes XXIII geformuleerde algemene doelstelling van het Tweede Vaticaans Concilie. En dat heeft vervolgens zijn weerslag op alle documenten van Vaticanum II.
Natuurlijk zal dit in de verschillende documenten op verschillende wijzen doorwerken. Zo zal deze doorwerking in het éne document meer en in het andere weer minder of zelfs nauwelijks merkbaar zijn, allemaal zijn zij er echter aan onderhevig.

Hermeneutiek

Deze uitspraak heeft ook directe gevolgen voor de hermeneutiek van de hernieuwing, van de hervorming in continuïteit. Het niet gelukken van deze analyse slaat namelijk direct terug op het onderliggende niveau waarop de veranderingen hebben plaatsgevonden en daarmee dus op het fundament waarmee deze hermeneutische methodiek de betreffende documenten van Vaticanum II interpreteert. Immers, zolang de analyse betreffende het essentiële en constitutieve van de nieuwe tijd niet is gelukt, blijven ook de begrippen als de wereld van vandaag vaag en ongedefinieerd. Deze begrippen blijven daarmee steken in een beperkt tot misvormd beeld van de werkelijkheid.
Hoewel het Tweede Vaticaans Concilie in zijn documenten over veel belangrijke zaken met betrekking tot het Depositum Fidei heeft getuigd en belangrijke bijdragen heeft geleverd wat betreft de vraag naar de christelijke ethiek, heeft het niet kunnen voorkomen dat aan zijn besluiten een beperkt tot misvormd beeld van de werkelijkheid ten grondslag heeft gelegen.

Depositum Fidei geïmplementeerd

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft zich hierdoor in zijn besluiten over het Depositum Fidei niet op de ware werkelijkheid kunnen baseren, doch op een beperkt tot misvormd beeld ervan. Daarom zullen zolang de analyse inzake de nieuwe tijd niet juist is uitgevoerd, de nodige eenduidige definities uitblijven. Evenzo zal men, zolang niet alle consequenties op klare wijze onderkend worden en zijn doorgevoerd, zich in alle redelijkheid kunnen afvragen in hoeverre de implementatie van het Depositum Fidei op die onderliggende veranderlijke werkelijkheid correct is uitgevoerd.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat de onderliggende politieke en maatschappelijke veranderingen als zodanig geen zaak zijn van Geloof en Zeden en dus ook niet tot de onfeilbare Geloofsleer van de Kerk kunnen behoren. Daardoor kan de visie op deze onderliggende politieke en maatschappelijke veranderingen onjuiste elementen bevatten, hetgeen als directe consequentie van onderhavige uitspraak door Emeritus Paus Benedictus XVI zeer wel voor de hand ligt.
Door die onjuiste elementen kan deze visie op de werkelijkheid misvormd zijn, waardoor er verkeerde beslissingen respectievelijk (maat-)regelen genomen kunnen zijn. Hierdoor kan in de praktijk na het Tweede Vaticaans Concilie het zicht op de Waarheid inzake Geloof en Zeden zeker vertroebeld zijn, met alle consequenties van dien.
Voorts dient tevens nadrukkelijk te worden vermeld dat het hier dus niet gaat om kritiek op de Geloofsleer van de Kerk inzake Geloof en Zeden, het Depositum Fidei. Het gaat hier dus om de wijze waarop het Depositum Fidei op basis van een mislukte analyse – en dus een misvormd beeld van de werkelijkheid – op de werkelijkheid is geïmplementeerd met alle daaruit volgende theoretische en praktische consequenties.

Dubbelzinnigheid

Een bevestiging van het mislukken van deze analyse kunnen we overigens ook terugvinden in een recente uitspraak van Kardinaal Kasper8: De dubbelzinnigheid is een gevolg van het gebrek aan eenheid van het Concilie, aldus kardinaal Kasper. Op veel plaatsen moesten de Vaders van het Concilie compromisformules vinden, waarin vaak de opvattingen van de meerderheid vlakbij die van de minderheid werden geplaatst, met de bedoeling die in te perken. Op die manier dragen de concilieteksten in zichzelf een reusachtig conflictpotentieel en openen zij de deur naar een selectieve uitleg voor elk van beide richtingen.
Deze woorden van Kardinaal Kasper laten de ene zijde van het verhaal zien, terwijl in het voorwoord van Paus Benedictus XVI, men de andere zijde kan lezen van wat er tijdens het Tweede Vaticaans Concilie is gebeurd. Beide uitspraken verklaren gezamenlijk een heleboel.

Aangezien in zijn algemeenheid geldt dat, hoe scherper een probleem is geanalyseerd, des te helderder het zicht wordt op de werkelijke achtergrond van het probleem en daarmee op de potentiële oplossingen voor het probleem. En des te beter is men in staat de potentiële oplossingen met de nodige eenduidigheid te benoemen en te beschrijven.
De door Kardinaal Kasper genoemde dubbelzinnigheid als gevolg van allerlei compromisformuleringen bevestigt eenvoudigweg het mislukken van de probleemanalyse inzake vage begrippen zoals de wereld van vandaag en de nieuwe tijd en de daarmee samenhangende politieke, economische en maatschappelijke veranderingen. Deze dubbelzinnigheid is een direct gevolg van het mislukken van de probleemanalyse.

Oorzaak

Hoe is het zover kunnen komen, dat deze voor het Concilie feitelijk zo fundamentele probleemanalyse is mislukt? Het blijkt dat Zijne Heiligheid Benedictus XVI in datzelfde voorwoord inzake deze vraag een tipje van de sluier heeft opgetild. Wanneer hij schrijft9De Kerk ... was vanaf de 19e eeuw steeds duidelijker in een negatieve relatie geraakt met de nieuwe tijd, die toen pas echt begon. Moesten de zaken zo blijven? Kon de Kerk in de nieuwe tijd geen positieve stap doen?
Ongeacht wat onder het begrip nieuwe tijd dient te worden verstaan, lijkt deze uitspraak een vooroordeel met een verwijtende ondertoon in de richting van de Kerk te bevatten. Het lijkt erop dat, met de vraagstelling moesten de zaken zo blijven en kon de Kerk geen positieve stap doen, de Kerk hier schuldig werd bevonden aan de negatieve relatie tot de nieuwe tijd en dat zij en alleen zij hier een positieve stap diende te zetten. Was het die houding, dit vooroordeel dat hier een juiste analyse van de nieuwe tijd en de relatie tussen de Kerk en de nieuwe tijd in de weg stond? Is het ook niet zo dat juist een verabsolutering van die stellingname ten grondslag ligt aan de hermeneutiek van de breuk?
Werd daarentegen de nieuwe tijd niet ingeluid met revoluties en een vijandige houding tegen de Kerk en de gelovigen? Hoeveel martelaren kent de Kerk niet als gevolg van de verschillende revoluties van het einde van de 18e tot ver in de 20e eeuw? Nu hier, dan daar: men hoeft daarbij slechts te denken aan de Franse revolutie met de Vendée en de burgeroorlog in Spanje.
Lag de schuld van deze negatieve relatie bij de Kerk, alleen maar omdat zij vasthield aan de woorden van Christus: Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt (Mt.2.2) en omdat de Kerk in het verleden altijd met de Staat samenwerkte overeenkomstig het woord van de Apostel Paulus, dat het Staatsgezag een door God gegeven en gewild gezag is [Alle gezag komt van God, en De overheid is een dienaar van God. (Rom. 13: 1, 4)]10? Of zou de oorzaak van deze negatieve relatie een gevolg kunnen zijn van een in de nieuwe tijd overheersende ideologie, die elke keer weer de motor achter de revoluties blijkt te zijn? Een ideologie die vijandig staat tegenover God en de Kerk en om die reden weigert met de Kerk samen te werken en er zelfs niet voor terugdeinst haar te vervolgen en wetten te creëren die volstrekt tegen Gods Wil ingaan.
Beschouwen we daarbij dat ook een aantal episcopaten a priori met specifieke agendas het Concilie ingingen11, dan lijkt daarmee de gehele basis voor het mislukken van de analyse van de nieuwe tijd voor de hand te liggen.
Zolang deze vooroordelen en de eigen agendas de boventoon voeren, verdwijnt de nodige objectiviteit en is dergelijke analyse zonder meer tot mislukken gedoemd.

Dignitatis Humanae en de mislukte analyse

Al met al heeft het mislukken van de analyse van de nieuwe tijd gevolgen voor geheel Vaticanum II en, overeenkomstig de woorden van Emeritus Paus Benedictus XVI, voor Gaudium et Spes, Dignitatis Humanae en Nostra Aetate in het bijzonder.
Met de vaststelling dat het hier gaat om de wijze waarop het Depositum Fidei op basis van een mislukte analyse van de werkelijkheid is geïmplementeerd, kunnen we in zijn algemeenheid de volgende consequenties benoemen.
In de teksten van Vaticanum II dient een onderscheid te worden gemaakt tussen tekstdelen die zonder meer een getuigenis zijn van het Depositum Fidei, tekstdelen die betrekking hebben op het misvormde beeld inzake de nieuwe tijd en de teksten die, gebaseerd op dat misvormde beeld, betrekking hebben op de implementatie van het Depositum Fidei
Hiernaast dient tevens rekening gehouden te worden met de invloed van de geconstateerde vooroordelen, waardoor bepaalde keuzes met betrekking tot de gegeven werkelijkheidsbeschrijving alsmede de getuigenissen betreffende het Depositum Fidei een zekere eenzijdigheid kunnen vertonen. Juist omdat vooroordelen tot zekere blinde vlekken met betrekking tot de Waarheid kunnen leiden, kunnen inzake de gegeven getuigenissen zelfs bepaalde onderdelen uit het Depositum Fidei niet in ogenschouw genomen zijn en dus geheel ontbreken.

Voetnoten

1 Joseph Ratzinger, Zur Lehre des Zweiten Vatikanischen Konzils. Erster Teilband, (Joseph Ratzinger. Gesammelte Schriften 7/1), heruitgave door Mgr. Gerard Ludwig Müller en het Institut Papst Benedikt XVI, Regensburg, ISBN 978-3-451-34124-3, Herder Verlag, Freiburg 2012
2 ibid
....... die Arbeit am sogenannten Schema XIII, aus dem dann die Pastoralkonstitution über die “Kirche der Welt von heute” hervorgewachsen ist, Hier war man an dem Punkt der eigentlichen Erwartung an das Konzil angelangt. Die Kìrche, die noch im Barock in grossem Sinn weltgestaltend gewirkt hatte, war seit dem 19. Iahrhundert zusehends in ein negatives Verhaltnis zu der nun erst vollends begonnenen Neuzeit getreten. Musste das so bleiben? Konnte die Kirche den Schritt in die neue Zeit nicht positiv tun?
3 ibid
Hinter dem verschwommenen Begriff »Welt vom heute« steht die Frage des Verhältnisses zur Neuzeit. Um sie zu klären, wäre notig gewesen, das Wesentliche und Konstitutive fur die Neuzeit genauer zu definieren. Das ist im »Schema XIII« nicht gelungen. Auch wenn die Pastoralkonstitution viel Wichtiges zumVerständnis von »Welt« aussagt und bedeutende Beiträge zur Frage der christlichen Ethik leistet, ist ihr eine wesentliche Klärung in diesem Punkt nicht gelungen.
4 ibid
Die Begegnung mit den grossen Themen der Neuzeit fand unerwartet nicht in der grossen Pastoralkonstitution statt, sondern in zwei kleineren Dokumenten, deren Wichtigkeit erst nach und nach in der Rezeption des Konzils zum Vorschein gekommen ist.
5 ibid
6 ibid
7 Papst Benedikt XVI. Welt d.d. 10.12.2012) “Was wir auf dem Konzill nicht geschafft haben” http://www.welt.de/kultur/article109804255/Was-wir-auf-dem-Konzill-nicht-geschafft-haben.html (Zie ook: Die Tagespost, Samstag 8. Dezember 2012, Nr.147/Nr.49 ASZ, pag. 15 en Dominus Vobiscum, nr 6, April 2013, pag. 19, uitgave van Pro Missa Tridentina)
8 Katholiek Nieuwsblad, gepost op dinsdag 04 juni 2013: http://www.katholieknieuwsblad.nl/nieuws/item/4026-kardinaal-kasper-teksten-vaticanum-ii-opzettelijk-dubbelzinnig.html;
9 Joseph Ratzinger, Zur Lehre des Zweiten Vatikanischen Konzils. Erster Teilband, (Joseph Ratzinger. Gesammelte Schriften 7/1), heruitgave door Mgr. Gerard Ludwig Müller en het Institut Papst Benedikt XVI, Regensburg, ISBN 978-3-451-34124-3, Herder Verlag, Freiburg 2012: “Die Kirche, die noch im Barock in grossem Sinn weltgestaltend gewirkt hatte, war seit dem 19. Jahrhundert zusehends in ein negatives Verhaltnis zu der nun erst vollends begonnenen Neuzeit getreten. Musste das so bleiben? Konnte die Kirche den Schritt in die neue Zeit nicht positiv machen
10 Leo XIII in Diuturnum 13: Toen de Romeinse landvoogd vol ijdel zelfgevoel zich beriep op zijn macht om vrij te spreken en te veroordeelen, gaf Christus, de Heer, hem ten antwoord: „Gij zoudt niet de minste macht over Mij hebben, zoo zij u niet van hoogerhand was gegeven.” (Joh. 19:11). Bij zijn verklaring van deze plaats zegt de H. Augustinus: „Laten wij de les aannemen, die Hij gegeven en die Hij ook door den apostel voorgehouden heeft, nl. dat er geen gezag is dan van God.” (Joh. 5:16). Inderdaad, het woord der apostelen is als de trouwe echo van de leer en de voorschriften van Jesus Christus. Aan de Romeinen, die onder de heerschappij van heidense vorsten stonden, schrijft Paulus zijn verheven, hoogernstige woord: „Alle gezag komt van God”, en daaruit maakt hij als uit een grondbeginsel de gevolgtrekking: „De overheid is een dienaar van God.” (Rom. 13: 1, 4)”
11 “Joseph Ratzinger, Zur Lehre des Zweiten Vatikanischen Konzils." Erster Teilband, (Joseph Ratzinger. Gesammelte Schriften 7/1), heruitgave door Mgr. Gerard Ludwig Müller en het Institut Papst Benedikt XVI, Regensburg, ISBN 978-3-451-34124-3, Herder Verlag, Freiburg 2012: “Die einzelnen Episkopate gingen zweifellos mit unterschiedlichen Vorstellungen auf das grosse Ereignis zu. Manche kamen wohl mehr in einer Haltung der Erwartung auf das nun zu entwickelnde Programm. Die entschiedensten Vorstellungen hatte mitteleuropaïsche Episkopat - Belgien, Frankreich, Deutschland, Ihre Akzentsetzungen waren ìm Einzelnen durchaus verschieden, aberes gab doch gemeinsame Prioritaten, Ein Grundthema war die Ekklesiologie, die heilsgeschichtlich, trinitarisch sakramental vertieft werden sollte; dazu kam das Bedurfnis, Primatslehre des 1. Vaticanums durch eine Neugewichtung des Bischofsamtes zu ergänzen, Ein wichtiges Thema war fur die mitteleuropaischen Episkopate die liturgische Erneuerung, mit deren Realisierung Pius XII. bereits begonnen hatte. Ein weiterer zentralcr Akzent war besonders fur den deutschen Episkopat die Okumene: Das gemeinsame Bestehen der Verfolgung durch den Nazismus hatte protestantische und katholische Christen nahe aneinandergefahrt dies musste nun gesamtkirchlich realisiert und weitergefuhrt werden. Dazu kam der Themenkreis Offenbarung –Schrift -Oberlieferung - Lehramt. Bei den Franzosen ruckte dann imaner mehr das Thema des Verhaltnisses zwischen Kirche und moderner Welt in den Vordergrund die Arbeit am sogenannten Schema XIII, aus dem dann die Pastoralkonstitution über die Kirche”.

return

eXTReMe Tracker